Jaco’s weekjournaal

Bouwen doe je zo !

January 18th, 2009

Een voormalig collega heeft besloten op vijftigjarige leeftijd een nieuwe draai aan zijn leven te geven. Hij heeft het bouwvak achter zich gelaten en is schrijver geworden. Affiniteit met literatuur was hem nooit vreemd. Vóórdat hij koos voor het bouwvak bracht hij de dag door als student Nederlandse taal- en letterkunde.

Zijn eerste boek, waarvan ik de titel heb gebruikt als aanhef van dit stukje, gaat over …..bouwen. Rijkelijk wordt geput uit de –voor een klein deel met mij gedeelde- ervaringen die hij heeft opgedaan in de dagelijkse praktijk. Voor mij werkt het derhalve als het bekende feest der herkenning: proberen achter de inspiratiebron van persoonsbeschrijvingen, situaties op het werk, met de vrouw enz. enz. te komen.

Maar goed, is het afgezien daarvan nu een goed boek? En kan ik dat wel beoordelen? Daar wil ik het graat met u, lezer, over hebben tijdens de komende zomervakantie bij ons.

Het gesprek is uiteraard slechts dan vruchtbaar indien beide partijen zich voorbereiden. Dus: snelt naar de winkel en schaft het aan!

Op die manier helpen we elkaar:

-Gerard (van Hagen, zo heet de auteur) is binnen de kortste keren door zijn eerste druk heen & krijgt een leuke start als gerespecteerde romancier (wij hebben ongeveer drieduizend unieke bezoekers per maand op deze site, zonder veeleisend te zijn verwacht ik dat de helft tot aanschaf overgaat).

-U kunt er , op mijn gezag, van uitgaan dat het boek in de vakantiebiep niet misstaat, en hebt stof tot praten met alle buurmannen & vrouwen bij ons en soortgelijke verblijven, want die hebben het gelezen, zijn er net aan begonnen of dat vast van plan.

-Het levert mij in ieder geval stof op voor twee nieuwe verhaaltjes.

Eéntje over de inhoud en ééntje over de resultaten van de door mij gehanteerde strategie. Laten wij, veertigers en vijftigers, het op ons zitten dat Obama is verkozen op grond van blogs en facebooks door de generaties die na ons komen, óf hebben wij nog de levenslust en energie om een helder statement te maken?

En daarmee helpen wij onszelf, wij doen nog mee! (Een strofe die begeleid met gitaarmuziek & kampvuur goed klinkt, jammer dat kampvuren bij ons verboden zijn.)

Beroemd bezoek

January 9th, 2009


 Op onderstaande foto ligt Suus, mijn dochter, in het ziekenhuis. Dat kwam zo.

Zaterdag gingen onze drie kinderen skiën, in haar geval snowboarden, en dat doen ze tegenwoordig zonder ouderlijke begeleiding. Snowboarden kunnen Franka en ik al helemaal niet en volgens de jongens is het zinloos om met hen mee te gaan, want zij gaan te hard. Denken ze, en ik ga niet proberen hen te laten inzien dat zij zich mogelijk vergissen, dat lijkt me beter voor mijn gezondheid. Tot vorig jaar zaten zij gedrieën op de club en ook dat ging zonder ouderlijke interventie, mét skileraar, dus.

Dus was ik tijdens het wegbrengen aan een eindeloos exposé bezig over de voorrangsregels op de piste (volgens Suus vlogen de jongens als onverantwoordelijke gekken naar beneden) want het zou druk worden die dag.

U raadt de afloop waarschijnlijk al. Druk werd het inderdaad. Op zeker moment werd ik gebeld door Suus, of ik haar wilde komen ophalen, want gevallen. De toedracht had iets te maken met een onverwachte opeenhoping van vele matige skiërs en een te heftige poging snelheid te verminderen én tegelijkertijd iemand te ontwijken.

Ik zeg natuurlijk niet dat mijn avant-ski-uitleg daarvoor juist was bedoeld. Dan zou ik zo’n ouder lijken die zegt: “Ik had je toch gewáárschuwd!!!!”En wij ouders van tegenwoordig willen van alles, maar  geassocieerd worden met een overspannen en –bezorgde (schoon)moeder dan weer niet.

Ik zal de rest van het verhaal korter houden dan dat het in werkelijkheid duurde. De foto, inmiddels bovenstaand, werd vier dagen na het gebeurde genomen in het kinderziekenhuis  in Barcelona. En hoewel de afstand tot Barcelona ruim 250 voor de helft bochtige kilometers bedraagt, die met een gebroken en uit de komme arm niet prettig aanvoelen, heeft toch ook dit nadeel weer zijn voordeel.

De échte Barcelonese koning Melchior, zijn échte hulp en een hele stoet andere lokale Catalaanse grootheden verdrongen zich rond haar bed en dat van vele andere zieke kindertjes.

Kijk maar eens naar de blik van Tim (rechts) die was al die fotosessies al lang zat. De FC Barcelona speler Rafaël Marquez mag dus blíj zijn dat hem de eer wordt gegund samen met Suus te worden gepubliceerd.

¡ Gastenboek !

January 8th, 2009

Het is alweer twee jaar geleden dat wij genoodzaakt waren ons gastenboek en de commentaarmogelijkheid van mijn weekjournaal te sluiten.
Dat zat zo. Op een gegeven moment werden wij gebeld (u leest het goed, ge-beld) door een zo te horen oudere, maar in elk geval verontruste, meneer uit de omgeving van Ter Apel. Hij had bij een eerdere gelegenheid al eens laten weten dat hij onze website zo prachtig vond, en vertelde mij nu dat er allerlei vunzige verhaaltjes op waren gezet. Overleg met de webmaster leidde tot het inzicht dat eeuwigdurend dichten van gaten in de beveiliging een arbeidsintensief & dus kostbaar proces is. Bovendien, de put en het kalf, dus verzekerd van een site die geen doelwit is van sexueel gemankeerde medemensen ben je nooit.
Zelf bekeek ik onze website nimmer. De halve uurtjes internettoegang die ik mocht reserveren in de openbare bibliotheek gingen altijd ruim op aan de basics: boekingen afhandelen en af & toe een privé-aangelegenheid.
Sinds kort hebben wij internet aan huis en daarom ben ik begonnen aan een website update. Inmiddels aangeland bij de afdeling gastenboek & weekjournaal en begonnen met lezen.
Wat blijkt? Het is geweldig om reacties terug te lezen van mensen die óf aangeven dat ze het hier naar hun zin hebben gehad óf reageren op mijn verhaaltjes over de kinderen bijv.
Dus wat gaan we doen? Wij gaan weer on-line: het gastenboek open, commentaarmogelijkheid herstellen en gelukkig heb ik nog een weekjournaal of veertig achter de hand in min of meer rudimentaire vorm.
En ik hoop dat die boze klant inmiddels zijn aandacht heeft verlegd.

Pagina-web-perikelen

January 19th, 2007

Erg interessant, leerzaam ook, om eens als deel-leverancier van tekstjes mee te werken aan het tot stand komen van een website, Pagina web heet dat hier in Spanje. Al was het maar omdat daarmee een deel van mijn hoog opgelopen digibetisme kon worden behandeld. Allemaal nieuwe woorden. Mensen in Nederland hebben geen idee hoe het leven is als je aan huis gewoon geen internet-aansluiting kunt krijgen. Als de plaatselijke bibliotheek sinds de zomer van 2002 één meestentijds haperende computer heeft die ook nog voortdurend bezet is door krijsende computerspelletjes spelende kinderen .

¿Hoezo 2004?

De wet van de stimulerende achterstand bracht eerst een klant van ons ertoe zich spontaan aan te bieden om onze webmaster te worden. Vond het toch wel erg houtje-touwtje allemaal, denk ik (bedankt Ton!). Vervolgens kregen mijn kinderen van mijn zus & zwager een gloednieuwe PC, Pentium IV, 2.66 GHz enz. Persoonlijk was ik van plan gewoon door te werken op mijn 486 DX’je. Die deed het al jaren goed, immers? En destijds was het heus een gelikt apparaat, hoor! U begrijpt al waar dit toe leiden zal (bedankt Marian & Tony!). En uiteindelijk, anders kun je dit niet hebben gelezen, hebben wij deze website. Vanuit huis, op de Dell-dimension-4600, via de “bibliotheek-route” dat nog wel, probeer ik deze te voorzien van aktuele informatie en leuks. Zelfs is het mogelijk dat wij nog in het jaar 2004 een internet-aansluiting aan huis zullen krijgen. Leve de verkiezingsbeloften!

Calçotada

January 19th, 2007

Het zou aan mijn gebrekkige kennis van de Nederlandse culinaire tradities kunnen liggen, maar als je mij vraagt: “Noem een vaste combinatie van een datum en het voedsel dat de mensen elkaar voorzetten in Nederland,” dan kom ik niet verder dan:

* 3 oktober, Leidens ontzet: Hutspot,
* 5 december, Sinterklaas: Marsepein, pepernoten & suikergoed,
* 25 december, Kerst: Kerstkrans &
* 31 december, Oud & Nieuw: Oliebollen.

En dan zijn er genoeg Nederlanders die ongestraft spijtoptant kunnen zijn. Minstens twee (Hutspot & Marsepein) van de bovengenoemde eetsels hebben Spaanse wortels. Het mag dan ook niet verbazen dat het aantal gelegenheden waarbij datum/gebeurtenis & voedsel een vaste combinatie vormen in Spanje een veelvoud is van hetgeen ik in Nederland kan verzinnen. En voor Catalonië geldt dit zeker. In zo’n prachtig salontafel-kookboek dat wij hebben wordt bijvoorbeeld de Catalaanse “zoete kalender” gegeven met per jaar acht gebeurtenissen waarbij één of ander gebak wordt genuttigd. En het leuke is: het blijft niet alleen bij borrelpraat. Iedereen doet eraan mee met een vanzelfsprekendheid waar je als Nederlander alleen maar verbaasd naar kunt kijken. (Wij hebben vlaggetjesdag en nieuwe haring. ¿Maar er is toch geen sprake van dat heel Nederland op een bepaalde dag collectief haring naar binnen zit te werken? Nee, wij lezen in de krant hoe dúúr het eerste maatje verkocht is.) Het vergt, naast de aanschaf van een salontafelfähig kookboek, nog heel wat studie voordat je een beetje vat krijgt op dergelijke tradities. (Waarbij je ook kunt uitglijden, uiteraard. Zo kwamen wij vorig jaar bij een etentje met het “dorp”, op Amerikaanse-instuif-wijze georganiseerd, met een heerlijk koude-pasta-gerecht aanzetten. Bleek iedereen een aardappeltortilla te hebben gebakken. ¿Het was de avond van de aardappeltortilla, toch? Inmiddels hebben we zoveel onnozelheids-goodwill opgebouwd dat ook ons pasta gerecht op waardige wijze aan haar einde kwam. We blijven kaaskoppen.)

Een calçotada is een (¡Catalaanse!) samenkomst waarbij in het open vuur geroosterde lente-uien worden geschild, in een hete saus gedoopt en als nieuwe haringen in het keelgat verdwijnen. Iedereen krijgt een pakketje van een stuk of tien in een krant (voor het nagaren) gewikkelde lente-uien, en … eet. En als het op is een nieuw pakket, enz. Er zijn zelfs wedstrijden wie het meeste kan verorberen. Afgelopen zondag waren wij -zoals iedereen mét de hele familie- disgenoten bij een calçotada met zo’n honderd deelnemers. Als ik probeer de sfeer te karakteriseren: gemoedelijke zelfverzekerdheid dat het aangenaam zal worden, zijn & blijven. Iedereen kent elkaar (dat gold niet voor ons, maar wij waren min of meer per ongeluk genood door een Colombiaanse immigrante die nog maar drie jaar in het betreffende dorpje woonde), dus excessen met drankmisbruik zijn bij voorbaat uitgesloten. Ik houd erg van erwtensoep, en misschien klinkt het truttig of arrogant, maar als ik me dan voorstel dat het Nederlandse alternatief het collectief verorberen van fricandellen speciáál zou zijn , dan woon ik toch liever (eetfestijnen) in Catalonië (bij).

Lumina Lumen

January 19th, 2007

Op mijn 14e heb ik samen met mijn buurjongen eens een klein wonder verricht. Als premature welvaartsresten waren er bij ons in de -voormalige- kippenschuur twee bromfietsen terechtgekomen. Vermoedelijk waren de eigenaren inmiddels vierwielig gemotoriseerd. Gewoon weggooien deed je niet in de jaren ‘60, en daarom stonden ze tussen allerlei andere oude rommel begin jaren ‘70bij ons in de schuur.

Beiden waren van het merk Mobylette, de één met voorvering en de motor op het voorwiel, de ander met de motor tussen je voeten, zoals het naar onze overtuiging behoorde te zijn. Wij vonden die voorvering echter wel lauw en besloten daarom de voorkant van de ene brommer te verbinden met de achterkant van de ander.
Zo gezegd zo gedaan. Het welslagen van deze operatie zal meer veroorzaakt zijn doordat Mobylette haar brommertjes baseerde op één basisframe dan ons technisch vernuft, maar na een flinke inspanning onzerzijds stond er een prachtig blinkend gepoetst en nieuw geverfd brommertje achter ons huis. Voorzien van een vérende voorvork en kettingaangedreven achterwiel. Wat waren wij trots.
Dit verhaal was ik allang vergeten toen wij onlangs een auto in Spanje gingen importeren. Het is geen nieuwe, maar overigens een prachtige MPV en hij heet Lumina. Hij werd ons geschonken door onze meceanea m&m, waarvoor wij hen aanvankelijk heel erkentelijk waren.
Auto’s importeren is nog een heel gedoe, vooral als het een Amerikaan is. Amerikanen hebben namelijk allemaal rode achterlichten (remlicht, nachtverlichting, maar ook knipperlichten). Let maar eens op als je naar een amerikaanse politieserie kijkt. Rode knipperlichten zijn in Spanje verboden (in Nederland óók, maar daar doen ze niet zo moeilijk want onze Lumina had daar bijna tien jaar lang probleemloos rondgereden) zo werd ons verteld bij de toelatingskeuring.
¿Hoe kom je in Spanje aan nieuwe, want gedeeltelijk oranje, achterlichten voor een Chevrolet Lumina? Bij de importeur! Dat had je gedacht. De Chevrolet Lumina bestaat helemaal niet in Spanje! Franka kijkt wat beter om zich heen dan ik en zij had in Esterri d’Aneu (dat is waar onze kinderen op school zitten) een Chevrolet Lumina zien staan. Zei ze. Het bleek nog te kloppen ook. Deze auto had, al of niet door de importeur, aangepaste achterlichten. Er was een soort oranje ruitje in geplakt, heel netjes gedaan. Zou ik niet kunnen.

Inmiddels had de garage achterlichten van een Pontiac ontdekt in Andorra. Voor Euro 453,60/stuk konden wij die daar gaan ophalen. Een flink bedrag, te meer daar nog niet zeker was of de auto met in-orde-bevonden-verlichting wél geïmporteerd zou kunnen worden.
Op dat punt kwam er iemand op het werkelijk lumineuze idee om de achterlichten tijdens de keuring te verwisselen met die van de andere auto. De eigenaar vond dit -merkwaardig genoeg- geen enkel bezwaar. Onder het motto: “Die dan leeft..” ging ik gewapend met schroevedraaier en tangen de auto te lijf. (Om onduidelijke reden mocht mijn garagehouder absoluut niet aan zijn wagen komen. Of ik haalde die lampen er zelf af, óf ik had geen lampen.) Bij de keuring werd ik evenwel weer weggestuurd omdat er nog steeds een rode én een oranje lamp tegelijk knipperden of remden.
Mijn garagehouder mocht nog steeds niet aan die andere auto komen, dus ik moest gaan ontdekken hoe de bedrading afweek van onze Lumina. Nu weet ik in ieder geval dat auto’s tegenwoordig behoorlijk wat bedrading hebben. Wij ontdekten de omleiding van het remlicht, leenden ondertussen ook even de knipperlichtunit, want anders kwam er te veel stroom waardoor de knipperlichten blíjven branden. Door de speciaal overgekomen auto-ingenieur werd onze Lumina nu Spanje-waardig bevonden.
Alle papieren zijn nu in orde, dus hopen wij binnenkort onze nieuwe kentekenplaten te mogen ontvangen.

Voor alle zekerheid heb ik vanmorgen die andere Lumina maar gekocht als reserve-onderdelen. Voor de prijs van één achterlicht heb ik nu 1700 kg (niet rijdende) auto. En hoef ik die achterlichten niet meer terug te zetten.

Van mijn Mobylette liep bij de eerste rit na 150 m de achterband eraf. We hebben hem nooit meer aangeraakt.

Gastarbeid

January 19th, 2007

De afgelopen winter hobbelde er steeds een wat onduidelijke man over de weg naar ons dorp heen en weer. Al naar gelang zijn en onze voorkeur van stijgen of dalen overeenkwamen namen we hem wel eens mee. Hij deed wat onduidelijks bij de bouw van twee nieuwe huizen in ons dorp. Naar het zich liet aanzien was hij een soort dagloner die de weg naar omhoog insloeg om zijn geluk te beproeven. Als je hem zag, en dat was vaak, stond hij meestal buiten bij het vuur handen en lijf te verwarmen. Werken zag je hem eigenlijk nooit.
Op zeker moment kwam ik hem tegen in de bar beneden. Naar zeggen was hij stukadoor van professie, hetgeen een plausibele verklaring vormde voor zijn schijnbare inactiviteit: stukadoors werken meestal binnen. Aangezien ik werk genoeg heb, en bovendien niet erg bedreven als stucadoor, was de deal snel gemaakt. Hij zou na voltooiing van zijn werkzaamheden aan het werk gaan bij de verbouwing van het huis van mijn broer en neef. Om de kosten van pensions uit te sparen wilde hij wel slapen in het in aanbouw zijnde huis, waartegen ik geen bezwaar maakte.
Op zekere dag word ik gebeld -hij heeft zelf geen telefoon- door zijn vorige opdrachtgever of ik Jaime’s spullen op kan komen halen. Blijkt bij aankomst, ’s avonds om negen uur, dat Jaime uit voorzorg zijn pension alvast heeft opgezegd. Of was aangezegd, want de grote intocht van de paasweek begon net die dag.
Tja, en wat doe je dan als politiek correcte burger met een alleenstaande, half-marokkaanse, op straat staande pensionbewoner in het hartstikke donker als er nog totaal geen sprake is van wat voor bed dan ook in een donker koud huis op twee kilometer slecht begaanbaar gaans? Je geeft hem een bed.

Drie nachten verder -hij had ook nog een klusje in een ander projekt van me in ons eigen dorp- wist ik hem het huis uit te werken onder het mom dat wij gasten kregen. Hetgeen overigens ook zo was, maar qua ruimte had het nog wel gekund, zal ik maar zeggen.

Ongeveer één keer per twee dagen rijdt hij nu mee naar beneden om boodschappen te doen. Om er zeker van te zijn dat hij niet ’s avonds laat voor onze deur staat met een zielig verhaal over de lange weg naar boven die hij nog te gaan heeft, breng ik hem daarna met de auto door omhoog.
De kinderen, wat minder politiek correct dan ik, zitten letterlijk met dichtgeknepen neuzen in de auto als zo’n ritje toevallig samenvalt met het halen of brengen van hen.
Hij stinkt ook. Maar mijn politiek correcte ik twijfelt hem een douche aan te bieden in ons huis. Want hoe krijg ik hem dan weer terug in zijn caravan?

President

May 5th, 2005

Sinds ruim een jaar ben ik president. Met algemene stemmen aangenomen zelfs. Destijds zag ik dat als de culminatie van mijn succesvol verlopen integratie. Bovendien, ik ben namelijk president van het irrigatie,- en brandbluswater van het dorp, met bijna 1400 strekkende meter leiding onder mijn beheer, meende ik dat enige hollandse waterschapswijsheid wellicht een mooi stukje synergie op konden leveren. Ik bedoel: wij Nederlanders hebben een eeuwenlange traditie op het gebied van democratisch bestuurde waterschappen hetwelk daardoor in ons genoom is verankerd. Als erfgenaam van dit gedachtegoed zou ik wellicht uit kunnen groeien tot erflater van de Spaanse cultuur. In één adem worden genoemd met Al-Andaluus, Buñuel, Cervantes, Dalí, El Greco, Felipe II, El Greco en zo het alfabet uit als wegvoorbereider van de introductie van het poldermodel. Het leek me vetcool.

De Spaanse helft van de synergie zou moeten bestaan uit hun kennis van het weer en het verval. Nooit zal ik vergeten hoe twee goede vrienden, in Wageningen afgestudeerde cultuurtechnici nog wel, hun tentje opzetten op een Franse camping. Om er vervolgens ’s nachts achter te komen dat water gewoonlijk naar beneden stroomt. Juist, precies waar zij een mooi vlak plekje meenden te hebben gevonden.
Twee kanttekeningen zijn hier wel bij te plaatsen. Ten eerste is in Spanje al zo’n vijftienhonderdjaar geleden door de Moren op behoorlijk grote schaal min of meer collectief waterbeheer geïntroduceerd en ten tweede is het poldermodel al weer aan een verfje toe, geloof ik.
Over het eerste jaar van mijn bewind valt niet zo veel te melden. Of het moet wezen dat de president gewaar is geworden dat in Spanje, of in ieder geval Catalonië, de president in de ogen van de bevolking meer een uitvoerende dan een protocollaire functie heeft. Ik vraag mijzelf sindsdien soms af of ik om de mij toegedachte werk- of geestkracht ben verkozen.
En deze president heeft de hele winter zitten zweten omdat het water opgehouden was te stromen (¿wellicht bevriezing door ontijdig openen van enkele kranen?) waardoor hij in geval van brand geconfronteerd zou worden met de toorn van het volk.

Het is goed afgelopen deze keer. Het hele leidingstelsel gecontroleerd en bij aankomst bij de inlaat geconstateerd dat deze aan het eind van de herfst door de president moet worden nagezien. In de herfst vallen er namelijk bladeren van de bomen.

Brand

May 3rd, 2005

De laatste vijf dagen een voor ons ongekend lawaai. Af en aan vliegende helikopters en een enkele keer een vliegtuig: brand in de buurt.
Aan het eind van de winter branden de boeren traditioneel de randbegroeiing van akkers en weilanden. Op zich is dat helemaal geen onzinnige handelswijze. Het spaart een hoop werk, het kost weinig, de planten zijn droog en branden goed, de grond is normaal gesproken voldoende vochtig, er zit geen dor blad aan de bomen, bramen en andere onwelgevallige kruiden krijgen een flinke opdonder, mineralen uit de afgebrande planten komen beschikbaar voor de landbouw. Kortom (de balans luchtvervuiling - spuiten ken ik niet) een al eeuwen met succes gehanteerde methode.

Wij (half)stedelingen schrokken ons desondanks bij elke rookpluim de pest, denkende dat ons (privé)paradijs eraan gaat. Na een paar jaar went dat wel en zeg je met de geruststellende zelfverzekerdheid van de ervaren rot, net als iedereen, tegen de nieuwe nieuwkomers dat het hier een “gecontroleerde” brand betreft. Niks aan de hand, gaat u gerust slapen.
Een paar oudere boeren vertelden mij -ook hier heb je pretkijkers- dat dit vroeger inderdaad opging. Alle hellingen werden zo goed als volledig kaalgevreten door eerst de koeien, daarna de schapen en vervolgens de geiten. De paar struiken die aan dit geweld wisten te ontsnappen, kon je derhalve met een gerust hart aansteken. Ook hier is het platteland leeggelopen en dus zijn er onvoldoende beesten om de verwildering van bergweiden tegen te gaan. Gevolg: een gecontroleerde brand van veertig jaar terug loopt in 2005 gemakkelijk uit de hand.
Donderdag begonnen, tot en met vrijdagavond geblust en zaterdagochtend vloog de brandweercommandant over. Hij zag kennelijk dat het goed was, want de helikopters bleven de rest van de dag weg.
Zaterdagmiddag lieten wij de kinderen uit -beetje skaten in het dal beneden- en zagen aan het eind van de middag een rookkolom van ongekende omvang. Bij thuiskomst was het al zo’n beetje donker en konden de kinderen vanuit hun slaapkamerraam de hoogopgaande steekvlammen op de pas achter ons huis zien. Hemelsbreed een kleine kilometer hiervandaan.
Dat is ook voor ervaren bergbewoners zoals wij bedreigend genoeg om iets minder gerust te gaan slapen. Mijn deëscalerend bedoelde woorden dat branden zich “altijd” voortplanten in a) de richting van de wind en b) langs de berg omhoog nam niet élke twijfel weg bij ons kroost.

Toen de brandweer aan het einde van een lange zondag erin slaagde de brand écht te blussen en vervolgens nog tot ruimschoots schemer doorging met nablussen was mijn “welterusten” aanmerkelijk overtuigder.

Zand

April 22nd, 2005

Vroeger kon ik het slecht verteren als mensen mijn bezigheden met “klussen” omschreven (alsof ik de hunne met potloodkluiven betitelde), maar alles went.

Even dan: “klusjesman” = volgens mijn versie van Dale: “iem. die tegen vergoeding kleine huiselijke karweitjes verricht”. Terwijl dezelfde bron “bouwen” als “uit materialen en onderdelen tot een geheel samenvoegen” bezingt. Mijn irritatie valt te billijken, totdat je oud genoeg wordt om te begrijpen dat enz. enz.
Eén van de vaak gebruikte materialen bij genoemd creatief proces is zand. Zand bestaat er in allerlei soorten. Een bezoekje aan de Gamma levert u in ieder geval de volgende op: metselzand, voegzand, zilverzand. Niet onwaarschijnlijk is dat er ook nog wel vloerenzand, straatzand en speelzand kan worden bekomen. Daarnaast wordt er in de handel nog met zeefmaten en vindplaatsen gewerkt. Rivierzand, duinzand, bergzand, heidezand en meerzand, dat soort namen heb ik weleens horen noemen. En om de verwarring te completeren: wij hier in Spanje spreken over: fijn of stuczand, gewoon of metselzand en betonzand.
Dus als een nederlandse vloerenlegger (zo wordt in de bouw iemand genoemd die zand-cementvloeren aanbrengt, hetgeen met “smeren” wordt aangeduid, het heeft niks met tapijten te maken, dat zou een klusjesman misschien denken) mij vraagt: “Hoe is dat zand bij jullie, kun je daar een beetje mee smeren?”, is mijn antwoord: “Het is aan de fijne kant, maar blijft met metselen (van natuursteen) lekker staan en is ook goed geschikt om muren uit te rapen waarin grote dikteverschillen zitten. Ik kan er niet mee smeren, maar dat ligt aan mij.” En zijn repliek: “In Duitsland heb ik met de grootste bagger gesmeerd, erger zal het wel niet zijn!”

Het was erger dan Duitse bagger. Bovendien viel er die dag dertig cm sneeuw en ging het vriezen. De volgende dag vroor het nog steeds waardoor we niet eens konden beginnen. Al vóór aankomst was de bus zwaar beschadigd door slippartij op een besneeuwd wegdek. Alles bij elkaar genoeg malheur.
Maar dat zand zit me nog steeds niet lekker. Tegenwoordig zeg ik dus maar: “In mijn vrije uurtjes hobby ik wat met diverse bouwmaterialen.”

Next Page »