Jaco’s weekjournaal

President

May 5th, 2005

Sinds ruim een jaar ben ik president. Met algemene stemmen aangenomen zelfs. Destijds zag ik dat als de culminatie van mijn succesvol verlopen integratie. Bovendien, ik ben namelijk president van het irrigatie,- en brandbluswater van het dorp, met bijna 1400 strekkende meter leiding onder mijn beheer, meende ik dat enige hollandse waterschapswijsheid wellicht een mooi stukje synergie op konden leveren. Ik bedoel: wij Nederlanders hebben een eeuwenlange traditie op het gebied van democratisch bestuurde waterschappen hetwelk daardoor in ons genoom is verankerd. Als erfgenaam van dit gedachtegoed zou ik wellicht uit kunnen groeien tot erflater van de Spaanse cultuur. In één adem worden genoemd met Al-Andaluus, Buñuel, Cervantes, Dalí, El Greco, Felipe II, El Greco en zo het alfabet uit als wegvoorbereider van de introductie van het poldermodel. Het leek me vetcool.

De Spaanse helft van de synergie zou moeten bestaan uit hun kennis van het weer en het verval. Nooit zal ik vergeten hoe twee goede vrienden, in Wageningen afgestudeerde cultuurtechnici nog wel, hun tentje opzetten op een Franse camping. Om er vervolgens ’s nachts achter te komen dat water gewoonlijk naar beneden stroomt. Juist, precies waar zij een mooi vlak plekje meenden te hebben gevonden.
Twee kanttekeningen zijn hier wel bij te plaatsen. Ten eerste is in Spanje al zo’n vijftienhonderdjaar geleden door de Moren op behoorlijk grote schaal min of meer collectief waterbeheer geïntroduceerd en ten tweede is het poldermodel al weer aan een verfje toe, geloof ik.
Over het eerste jaar van mijn bewind valt niet zo veel te melden. Of het moet wezen dat de president gewaar is geworden dat in Spanje, of in ieder geval Catalonië, de president in de ogen van de bevolking meer een uitvoerende dan een protocollaire functie heeft. Ik vraag mijzelf sindsdien soms af of ik om de mij toegedachte werk- of geestkracht ben verkozen.
En deze president heeft de hele winter zitten zweten omdat het water opgehouden was te stromen (¿wellicht bevriezing door ontijdig openen van enkele kranen?) waardoor hij in geval van brand geconfronteerd zou worden met de toorn van het volk.

Het is goed afgelopen deze keer. Het hele leidingstelsel gecontroleerd en bij aankomst bij de inlaat geconstateerd dat deze aan het eind van de herfst door de president moet worden nagezien. In de herfst vallen er namelijk bladeren van de bomen.

Brand

May 3rd, 2005

De laatste vijf dagen een voor ons ongekend lawaai. Af en aan vliegende helikopters en een enkele keer een vliegtuig: brand in de buurt.
Aan het eind van de winter branden de boeren traditioneel de randbegroeiing van akkers en weilanden. Op zich is dat helemaal geen onzinnige handelswijze. Het spaart een hoop werk, het kost weinig, de planten zijn droog en branden goed, de grond is normaal gesproken voldoende vochtig, er zit geen dor blad aan de bomen, bramen en andere onwelgevallige kruiden krijgen een flinke opdonder, mineralen uit de afgebrande planten komen beschikbaar voor de landbouw. Kortom (de balans luchtvervuiling - spuiten ken ik niet) een al eeuwen met succes gehanteerde methode.

Wij (half)stedelingen schrokken ons desondanks bij elke rookpluim de pest, denkende dat ons (privé)paradijs eraan gaat. Na een paar jaar went dat wel en zeg je met de geruststellende zelfverzekerdheid van de ervaren rot, net als iedereen, tegen de nieuwe nieuwkomers dat het hier een “gecontroleerde” brand betreft. Niks aan de hand, gaat u gerust slapen.
Een paar oudere boeren vertelden mij -ook hier heb je pretkijkers- dat dit vroeger inderdaad opging. Alle hellingen werden zo goed als volledig kaalgevreten door eerst de koeien, daarna de schapen en vervolgens de geiten. De paar struiken die aan dit geweld wisten te ontsnappen, kon je derhalve met een gerust hart aansteken. Ook hier is het platteland leeggelopen en dus zijn er onvoldoende beesten om de verwildering van bergweiden tegen te gaan. Gevolg: een gecontroleerde brand van veertig jaar terug loopt in 2005 gemakkelijk uit de hand.
Donderdag begonnen, tot en met vrijdagavond geblust en zaterdagochtend vloog de brandweercommandant over. Hij zag kennelijk dat het goed was, want de helikopters bleven de rest van de dag weg.
Zaterdagmiddag lieten wij de kinderen uit -beetje skaten in het dal beneden- en zagen aan het eind van de middag een rookkolom van ongekende omvang. Bij thuiskomst was het al zo’n beetje donker en konden de kinderen vanuit hun slaapkamerraam de hoogopgaande steekvlammen op de pas achter ons huis zien. Hemelsbreed een kleine kilometer hiervandaan.
Dat is ook voor ervaren bergbewoners zoals wij bedreigend genoeg om iets minder gerust te gaan slapen. Mijn deëscalerend bedoelde woorden dat branden zich “altijd” voortplanten in a) de richting van de wind en b) langs de berg omhoog nam niet élke twijfel weg bij ons kroost.

Toen de brandweer aan het einde van een lange zondag erin slaagde de brand écht te blussen en vervolgens nog tot ruimschoots schemer doorging met nablussen was mijn “welterusten” aanmerkelijk overtuigder.

Zand

April 22nd, 2005

Vroeger kon ik het slecht verteren als mensen mijn bezigheden met “klussen” omschreven (alsof ik de hunne met potloodkluiven betitelde), maar alles went.

Even dan: “klusjesman” = volgens mijn versie van Dale: “iem. die tegen vergoeding kleine huiselijke karweitjes verricht”. Terwijl dezelfde bron “bouwen” als “uit materialen en onderdelen tot een geheel samenvoegen” bezingt. Mijn irritatie valt te billijken, totdat je oud genoeg wordt om te begrijpen dat enz. enz.
Eén van de vaak gebruikte materialen bij genoemd creatief proces is zand. Zand bestaat er in allerlei soorten. Een bezoekje aan de Gamma levert u in ieder geval de volgende op: metselzand, voegzand, zilverzand. Niet onwaarschijnlijk is dat er ook nog wel vloerenzand, straatzand en speelzand kan worden bekomen. Daarnaast wordt er in de handel nog met zeefmaten en vindplaatsen gewerkt. Rivierzand, duinzand, bergzand, heidezand en meerzand, dat soort namen heb ik weleens horen noemen. En om de verwarring te completeren: wij hier in Spanje spreken over: fijn of stuczand, gewoon of metselzand en betonzand.
Dus als een nederlandse vloerenlegger (zo wordt in de bouw iemand genoemd die zand-cementvloeren aanbrengt, hetgeen met “smeren” wordt aangeduid, het heeft niks met tapijten te maken, dat zou een klusjesman misschien denken) mij vraagt: “Hoe is dat zand bij jullie, kun je daar een beetje mee smeren?”, is mijn antwoord: “Het is aan de fijne kant, maar blijft met metselen (van natuursteen) lekker staan en is ook goed geschikt om muren uit te rapen waarin grote dikteverschillen zitten. Ik kan er niet mee smeren, maar dat ligt aan mij.” En zijn repliek: “In Duitsland heb ik met de grootste bagger gesmeerd, erger zal het wel niet zijn!”

Het was erger dan Duitse bagger. Bovendien viel er die dag dertig cm sneeuw en ging het vriezen. De volgende dag vroor het nog steeds waardoor we niet eens konden beginnen. Al vóór aankomst was de bus zwaar beschadigd door slippartij op een besneeuwd wegdek. Alles bij elkaar genoeg malheur.
Maar dat zand zit me nog steeds niet lekker. Tegenwoordig zeg ik dus maar: “In mijn vrije uurtjes hobby ik wat met diverse bouwmaterialen.”

Tim

February 22nd, 2005

Onze Tim wil later wel tekenaar of beeldhouwer worden. Om de mensheid vast een beetje te laten wennen aan zijn stijl, publiceeer ik hier alvast een kunstwerk van de “jeugdige Tim van Noort”.
Vorige week een poging met hem ondernomen om iets van papier-maché te maken. Een kunstenaar moet experimenteren met verschillende materialen, dacht zijn vader. Binnen vijf minuten en acht keer tussentijds handenwassen gaf hij op. Hij houdt niet van plakkende vingers.

kunstwerk

Een ander bijzonder talent is zijn opvliegende karakter. Vroeger als hij iets probeerde te tekenen en het resultaat niet geheel aan het beeld in zijn hoofd beantwoordde, verscheurde hij in elk geval de tekening, brak nog wat potloden en/of smeet de beker met kwasten door de kamer. En kreeg Franka (of ik, zijn zus of broer in deze volgorde) de schuld. En tegenwoordig is dit niet veel beter.

Op school daarentegen gedraagt hij zich alsof het welzijn van de totale mensheid afhangt van zijn gedrag. Sociaal tot de graad dat zijn juffrouw ons meldt dat zijn grootste probleem op school bestaat in het onvermogen om het iedereen naar de zin te maken. Ons Timmetje lijdt zichtbaar als er tevéél kinderen met hem willen spelen, zo rapporteert zij.
Op onze repliek dat hij wellicht dáárom zus, broer, vader en moeder (in deze volgorde) in de thuissituatie fysiek maltraiteert doet slechts een wenkbrauwfrons aan de andere kant van de tafel ontstaan. ¿El Tim? ¡No pot ser! (Tim? Dat bestaat niet!)
Vanavond ging ik hem ophalen van het voetballen. Alle kinderen keurig in hun jas, alleen Timmy zag ik aanvankelijk nergens. Na enige tijd ontdekte ik achter in de sporthal twee vechtende kereltjes waarvan één mijn zoon was. Oké, volgens zijn juf houdt hij wel erg van stoeien. Mijn zoon was echter op een op de grond liggende tegenstander aan het inschoppen.
¿Moet ik nou blij zijn dat hij gelukkig toch niet zo schijnbaar perfect is, of hem op zijn donder geven omdat hij een ander kind mishandelt?

Een goed gesprek dan maar. Het was noodweer/zelfverdediging, zei hij. Tsja, waar eindigt de zelfverdediging en begint de aanval? En wat noem je nog gerechtvaardigde vergelding? Vragen waarmee menig mondiaal-aktief politicus dagelijks worstelt.

Wellicht kunnen ze bij Tim terecht voor een maat-advies.

Joep

February 10th, 2005

Onze kinderen, ik schreef het al eerder in verband met Suus’ schoolprestaties, zijn ambitieus. Daar is niet zoveel mis mee, maar ik ben toch ook wel een jongen van het poldermodel. Je best doen is mooi, daardoor goed presteren leuk meegenomen, maar je moet er toch niet al te veel ophef over maken.

Daarnaast bestaat er nog zoiets als ouderlijke trots. Bij de schoolprestaties heb ik amper weet met wat voor rapporten de rest van de klas thuiskomt, en dus weinig aanleiding om de resultaten van onze kinderen de hemel in te prijzen. Bij sport is dat anders. Zodra er een skiwedstrijd wordt gehouden borrelen vanuit mijn binnenste primitieve instincten op. Tegen de kinderen zeg ik: “Geniet ervan, lekker skiën, het maakt niks uit of je 1e of 10e wordt.” Maar als de wedstrijd begint, volg ik de opgenoemde tijden intensief, kijk hoe de concurrenten én de kinderen skiën en sta zeker niet als laatste bij het uitslagenbord te kijken.
De skileraar vertelde me na afloop dat hij heel wat met Joep te stellen had gehad voor de wedstrijd. Zijn leeftijdscategorie moest namelijk lager op de piste starten dan de rest. De andere kinderen uit zijn skiklas mochten wel het hele parcours afskiën. Hij vond dit onterecht & onrechtvaardig.
Joep werd vooral begin dit jaar als “kleintje” en nieuwkomer bij de club zonder carveskies & cluboutfit flink gepest en ik heb het gevoel dat hij sportief revanche wilde nemen op die grote jongens. En dat mocht hij dus niet (ik betwijfel of het gelukt was, maar de intentie was er).

Wij hebben een kampioen, maar die rotjongens zeggen nu weer tegen hem: “Jij hebt maar de helft van het parcours afgelegd, geen wonder dat jouw tijd sneller is dan de onze!” En Joep weet dat het waar én niet waar is. Zijn parcours was korter, maar lang niet de helft, iedereen moet op gang komen, dus zijn zestien seconden zijn ongeveer vergelijkbaar met de 24 seconden van de beste “oudere”. Hij kijkt me vol machteloze frustratie aan, en ik voel met hem mee.
Mijn stille hoop is dat hij, inmiddels met zijn zojuist aangeschafte nieuwe carveskies, in de loop van het seizoen al die etterbakkies eraf ragt. Indien noodzakelijk ben ik zelfs bereid mij in de baan van een aanstormende concurrent te werpen om diens mogelijke overwinning op mijn zoon te voorkomen.

En voor als mijn droom niet uitkomt publiceer ik vast een fotootje waarbij Joep op de bovenste trede van het podium staat. Dan is die alvast binnen.

Joep op het hoogste podium

Sagrada Familia

February 10th, 2005

Afgelopen weekend zijn we met Joke naar Barcelona geweest. De toerist gespeeld, en dus hebben we een paar trekpleisters van allure bezocht: het Aquarium, het wetenschapmuseum wat sinds het is gerenoveerd (¡het eerste interactieve museum van het Iberisch schiereiland!) CosmoCaixa heet en ook de Sagrada Familia.
Het was leuk, niet in het minst om te zien wat een paar jaar schoolgaan in Catalonië voor invloed op de jeugd heeft. Bij de eerste bewuste confrontatie met de Sagrada Familia op vrijdagavond stond Tim, die over twee weken zes wordt, met beide handen in de lucht te juichen en te springen, onderwijl uitroepend: “de Sagrada, de Sagrada”. Alsof Ronaldinho of Eto’o zojuist het beslissende doelpunt voor Barça tegen Madrid had gescoord waarmee het komende kampioenschap definitief in “ons” voordeel was beslecht.

Goed, die eeuwig in aanbouw zijnde suikertaart maakt niet alleen op Tim een onuitwisbare indruk. Voor de Catalanen is Gaudí wel iets meer dan een rare koekenbakker die onder invloed van geestverruimende middelen een uit de hand gelopen verrassing voor de bruiloftsgasten heeft bereid. Hij is niet alleen de God van de ornamentiek, bovenal de God van de techniek.
(Nu word ik even technisch, u kunt verdergaan bij de volgende alinea.
Hij slaagde er namelijk in om steenconstructies een “licht” aanzien te geven.

Hij maakte daarbij vooral gebruik van parabolen en imiteerde de vertakte groeiwijze van bomen. In CosmoCaixa wordt een en ander geadstrueerd met behulp van -overigens erg instructieve- metalen plaatjes die onder invloed van de inwerking van een externe kracht vervormen. De speciale belichting laat het krachtenverloop in de constructie zien door kleurverandering in het metaal. In iedere Inleiding in de Bouwkunde staat wel een foto van de maquette die Gaudí maakte van zijn levenswerk met behulp van kettinkjes die aan het plafond worden opgehangen. Bij de spiegel die hieronder gehouden wordt, kun je dan de contouren van de “Sagrada” herkennen. Gaudí was natuurlijk een kind van zijn tijd (eind 19e eeuw) en in Spanje liepen ze een beetje achter. Gewapend beton behoorde derhalve niet tot zijn bouwkundig arsenaal. Totdat van zijn opvolgers wel en die hebben voor de zekerheid toch maar gekozen om alle bomen en parabolen van gewapend beton te maken. Wel zo dat het lijkt alsof het allemaal van natuursteen is gemaakt. Hoe Gaudí hier tegenaan kijkt, zullen we nooit weten. Als God van de ornamentiek zal hij het wel waarderen, denk ik.)

Tijdens de beklimming van de torens kreeg ik het beeld van de plaatsing van het laatste ornament over honderd jaar op de toren die de kerk uiteindelijk, dubbel zo hoog, moet gaan bekronen. Heel Barcelona is uitgelopen, Paus Johannes Paulus II -niet dood te krijgen- is aanwezig voor de weiding die zal plaatsvinden na plaatsing van het Vrijheidsbeeld-achtige gevaarte, en…..

Het beeld staat.

De hijsbanden worden losgemaakt en er barst een oorverdovend gejuich los. De menigte begint te klappen, harder, ritmischer totdat er een extatisch opzwepende drum ontstaat.

Het einde van dit droompje laat ik aan uw fantasie over.

Een hint: bouwkundigen zeggen altijd dat bij het ontwerpen van een constructie niet alleen de sterkte, doch ook de stabilteit in ogenschouw dient te worden genomen.

wegwezen.nu

February 1st, 2005

Als u nu leest wat ik hier opgeschreven heb, heeft u kennelijk niets beter te doen. Dat gold voor mij ook tijdens het schrijven. Of in ieder geval geen zin, en dat geldt voor mij zeker.
Mijn webmaster Ton is teruggekeerd naar Nederland en probeert zich een inkomen te verwerven via het net. Dat is blijkbaar niet meer zo gemakkelijk als, zeg, tien jaar geleden, dus probeer ik hem een beetje te promoten.

In mijn visie zijn de meeste mensen spelletjesverslaafd, en de meeste Nederlanders zeker als daarmee iets te verdienen valt. De bewijsvoering loopt van Eén van de Acht via Lingo naar Idols, en lijkt me waterdicht.
Dus heb ik ten behoeve van het opstoten in de vaart der volkeren van Ton en zijn nieuwe project een spel bedacht mét daaraan verbonden een leuk prijsje.
Wat dacht u van een gratis reisje Eindhoven-Girona of Amsterdam-Pau of Charleroi-Carcassonne mét één gratis overnachting voor 2 personen halfpension in Lo Closo?
Deze fantastische prijs kunt u winnen als u de onderstaande tien zinnen in de goede volgorde zet en met behulp van de roodgedrukte letters het wachtwoord ontdekt. Indien u dit wachtwoord naar mij toemailt (kan zonder postzegel) maakt u kans op onze prachtige hoofdprijs!

En, u heeft al gewonnen, want iedere inzender, krijgt hoe dan ook een gratis consumptie aangeboden op Lo Closo. (niet meer dan één per e-mail adres).
Kunt u nog langer wachten? Grijp nu uw kans en maak kans op deze geweldige prijs!

¡Doe het, nu!

1) Op de luchthaven sprak de hakkelende employé van de autoverhuur: “Uw Focus rijdt net weg…., we……, ze……. neemt u toch ge-genoegen met deze Croma
2) Dus even via internet (www.wegwezen.nu) vliegtickets en auto besteld en een bestemming (www.locloso.com) geregeld.
3) Toen de aardige boerin en haar man hen het laatste stukje van de weg wezen, waren. zij dan ook dolgelukkig eindelijk hun bestemming te hebben bereikt.

4) Het sterrencluster waarin ons zonnestelsel zich ophoudt, noemt men de melkweg; wezenlijk verschillen van andere sterrenwolken doet het echter niet. .
5) Dus waarheen maakte hen niet zoveel uit, wat zij wilden was wegwezen, ¡NU!
6) De rest van de dag hadden zij in de kolkende auto doorgebracht waarbij zij elkaar onderweg wezen op leuke bezienswaardigheden om de verveling te verdrijven.
7) Een uurtje voor het bereiken van hun bestemming werden ze op een onbewaakte overweg bijna gegrepen door een aanstormende trein, waarna zij elkaar midden op de overweg wezenloos aanstaarden.
8) Niet het doel, maar De Weg, We, Zen, zijn de middelen.
9) Dan móet dit de goede weg wezen, zei de vrouw.
10) De honden kwamen luid blaffend op de auto afgerend, ¡wegwezen.nu! zei de man, voor zijn doen heel dapper. Opgelucht haalden beiden adem, na een dag vol avonturen zag hun bestemming er uitnodigend uit!

Het wachtwoord luidt:……………………………jacovannoort@hotmail.com

Cokkie 4 dokkie 2

January 27th, 2005

Onze oudste twee kinderen, Sokkie 5 5 sokkie en Jokkie 4 2 pokkie, zijn ziek en ter tijdverdrijving spreken ze daarom in code met elkaar. De sleutel om de code te ontcijferen is als volgt: cokkie 4 dokkie 2 = code. Ik word er hardstikke gokkie 2 sokkie tokkie 4 4 rokkie dokkie van.
Eén van hun geheimen ( Tokkie 3 mokkie mocht vandaag wel thuisblijven maar niet meedoen omdat hij nog niet snel genoeg kan spellen) is volgens mij dat ze hier op school vanaf hun eerste kleuterjaar worden volgestampt met de klinkers . (Terwijl de helemaal niet bestaat. Waarschijnlijk zouden zokkie 6(?) niet begrijpen terwijl dit voor mokkie 6 wel logisch is.) Het komt er dus op neer dat ik bij elk cokkie 6 fokkie 2 rokkie hevig moet gaan nadenken over wat die cijfers betekenen, terwijl zij al weer bij hun volgende woord zijn aangeland.
Wij waren als ouders al buitengesloten als ons kroost besluit Catalaans met elkaar te gaan praten, maar het geeft wel te denken dat ik zelfs het Nederlands wat ze met elkaar spreken niet meer kan volgen.

Suus

January 11th, 2005

Zelf weet ze het nog niet, maar op Suus haar school zijn krachten aan het werk om haar een klas over te laten slaan. Op zich is dat niet zo raar, want zij is maar vier weken te jong voor de volgende jaargang. Fysiek en sociaal-emotioneel behoorlijk ontwikkeld (ook in de klas boven haar zou zij de langste van het stel zijn) en op het vandaag ontvangen rapport schreef de leerkracht dat zij: “in alle vakken vooruit liep op het niveau van de klas”. Nu geloof ik niet dat Suus hoogbegaafd is, maar praten doen die van ons allemaal genoeg op school, ambitieus zijn ze ook, dus wellicht vindt de juf het wat rustiger lesgeven zonder dat bijdehandje op de eerste rij?
Hoe het zij, vier jaar geleden, toen zij van kleuter- naar basisschool ging, hebben wij nagedacht over het fenomeen. Destijds vooral ingegeven omdat ze toen in een dubbelklas zat en haar vriendinnetjes in het jaar-hoger had. Doordat klassen overslaan hier niet gebruikelijk is en onze angst voor haar mogelijke taalachterstand (sinds kort is ze aangesteld om als persoonlijk begeleidster bij een zojuist uit Ecuador gearriveerd meisje te tolken van Catelaans naar Spaans en weer terug), is het destijds niet verder gekomen dan wat voorzichtige voorzetten onzerzijds aan haar toenmalige juf bij het oudergesprek. Die ging daar niet op in. En als buitenlander, bovendien bekend met het hoogbegaafden gezeur in Nederland, wil je niet te veel aandringen.
Inmiddels zit ze in het Nederlandse equivalent van groep 6 en gaat ze elke dag fluitend naar school. Er valt natuurlijk wel eens wat voor, maar over het geheel genomen is ze als scholier, naar mijn beoordeling, een gelukkig mens.
Nu een klas opschuiven betekent straks een jaar eerder het huis uit, wat Franka niet erg aanstaat.
Nu een klas overslaan betekent ook het risico dat de puberteit -die ook een stuk dichter voor de deur staat dan vier jaar geleden- haar zou kunnen isoleren. In mijn eigen jeugd was het in de zesde klas na zwemles belangrijk te zien hoe het schaamhaar zich ontwikkelde (bij mij niet, vandaar misschien mijn angst?).

En zonder kompleet te zijn betekent nu een klas overslaan ook dat de reaktie van de kinderen in háár en de andere klas op zijn minst onzeker is. En weleens meer impact zou kunnen hebben dan vier jaar geleden “per ongeluk” in het verkeerde lokaal terechtkomen.
De vraag is welke vragen je jezelf als ouder moet stellen in zo’n geval. ”¿Wordt ze er gelukkiger van?” is waarschijnlijk de fundamentele. Wie of wat geeft mij echter handvaten, psychologische onderzoeken even buitensluitend, om die vraag om te zetten in concrete, onderling weegbare, operatoren?
Het gemakkelijkste is natuurlijk om de juf voor te stellen haar wat extra taakjes te geven. Ik ben bang dat we daar op den duur toch “niet mee weg komen.”

Druiven

January 11th, 2005

De onzalige decembermaand weer overleefd & het nieuwe jaar begonnen op zijn Spaans.

Dat betekent géén vuurwerk, waar ik niet bepaald om treur. Als puber mocht/wilde/moest je naar buiten met oud & nieuw, maar de gillende keukenmeiden mét knal bezorgden mij meer hoofdpijn dan de drank de ochtend daarop. Om de feestvreugde te completeren werd je dan ook nog eens aangevallen door halfdronken, naar parfum riekende, geblondeerde, te zwaar opgemaakte, oudere & onbereikbare meiden van het type MS of ID die je hun luidruchtige gelukwensen in & aan je oor kwamen toevertrouwen. U begrijpt het al: als enigzins eenzelvig, in zijn diepst verlegen, jongetje, was opgroeien in een plattelandsdorp slechts zelden aanleiding tot extatisch geluk. Overigens zitten genoemde vrouwen voorzover mij bekend tegenwoordig keurig achter de geraniums. God is rechtvaardig.
In Spanje houdt men om twaalf uur een bakje met twaalf druiven gereed. Voor ¤ 2,69 kun je die ontpit en -veld in een blikje kopen, maar je ware is natuurlijk mét. De bedoeling van dit gezelschapsspel is dat je bij elke slag van de klok een druif in je mond stopt. Indien de missie slaagt heb je na twaalf klappen de druiven op en jezelf hiermee voor elke maand van het jaar voorspoed en geluk toebedeeld. De klok op de Spaanse tv gaf een paar proefslagen waardoor ik met een voorsprong van drie begon, en toch met twee druiven bleef zitten. De consequenties (¿wie stuurt mij eens het nieuwe groene boekje op?) hiervan ken ik niet. Het meest waarschijnlijke lijkt mij dat ik vijf mindere maanden moet doorstaan in 2005.
Een andere Spaanse gewoonte is het dragen van rood ondergoed met de jaarwisseling. Aangezien dit ondergoed in het openbaar gewoon onder de overige kledij verborgen blijft (¡dat was MS noch ID overkomen in de jaren ‘70!) en ik te druk was met het openen van de champagne & mijn twaalf druiven, ben ik er niet aan toegekomen om de details van dit gebruik te weten te komen van onze Spaanse gasten. (De associatie met stierenvechten is wat al te goedkoop, vind ik.)

Een paar jaar geleden wel een setje voor Franka gekocht, maar we weten eigenlijk niet zo goed wat we ermee aanmoeten.

Misschien iets voor Suus later.

PS De initialen zijn niet gefingeerd. Met MS wordt echter niet mijn schoonzusje bedoeld..

« Previous PageNext Page »